Selecteer een pagina
Geschreven door Sytze Wierda. Gebruik svp bronvermelding als je stukken voor jezelf gebruikt.
IoPT is een moderne op wetenschap gebaseerde traumatheorie. Het model onderscheidt verschillende fases van trauma, de traumabiografie, met vroegkinderlijk ontwikkelings- en hechtingstrauma als basis. IoPT heeft een verklaring voor complex trauma en een therapie om dat te verwerken.

Het unieke aan IoPT is de combinatie van een identiteit-georiënteerde traumadefinitie met een zelfresonantiemethode op basis van een intentiezin die de innerlijke identiteitsstructuur toont en een consequente focus heeft op de traumabiografie, inclusief een uitgewerkte visie op eigen daderschap als trauma.

Een uniek aspect van IoPT is dat het identiteit georiënteerd is. IoPT vertrekt vanuit een expliciete, ontwikkelingsgerichte definitie van identiteit waarin trauma, splitsing en identiteitsontwikkeling direct aan elkaar gekoppeld zijn. Het richt zich op het versterken van de eigen identiteit die beschadigd is door traumatische ervaringen: wie ben ik zélf, los van identificaties, attributies (toeschrijvingen) en vaak onbewuste loyaliteiten. Dat maakt dat iemand werkelijk als ‘ik’ aanwezig kan zijn in zijn eigen leven en in contact met anderen. Of, in andere woorden, het “ware zelf” kunnen ontdekken en leven. Identiteit is niet een bijproduct van de therapie, maar het centrale vertrekpunt én het doel van de begeleiding.

Het resultaat is meer eigen regie ervaren, meer zelfbeschikking, en dus meer levensvreugde.

IoPT heeft een verklaring voor complex trauma en een therapie om dat te verwerken. Het hanteert een eigen, heldere traumadefinitie waarin trauma, neurobiologische splitsing en identiteitsontwikkeling vanaf de vroegste levensfase direct met elkaar verbonden zijn. Het model onderscheidt verschillende fases van trauma met vroegkinderlijk ontwikkelings- en hechtingstrauma als basis en een drieledig splitsingsmodel. Daarmee kunnen categorieën van symptomen worden geclassificeerd en kan de IoPT begeleider snel zien op welk niveau iemand vastzit en wat daar onder ligt.

Omdat IoPT uitgaat van een traumabiografie en niet van losse diagnoses, kunnen IoPT-begeleiders systematisch werken met zowel enkelvoudig shocktrauma als langdurig, ontwikkelings- en complex trauma.

IoPT kijkt voorbij DSM- en ICD-labels en ziet wat in mainstream wordt gediagnosticeerd als persoonlijkheidsstoornis vaak als uiting van vroeg en complex trauma en van overlevingsstrategieën. Daarmee is IoPT sterk de-pathologiserend. IoPT geeft dus geeft geen directieve instructies, geen cognitief herstructurerende oefeningen, en werkt niet met standaard exposure- of coping-protocollen.
Wat uniek is aan IoPT, is dat het contract uitsluitend de intentie van de cliënt voor die sessie is; er is geen traditionele diagnoses of anamnese. De intentie is een door de cliënt geformuleerde zin en dit is de enige inhoudelijke ingang voor het proces. De intentie raakt direct aan waar de cliënt nu vastloopt en aan de vroegkinderlijke ervaringen die onder dat thema liggen. De begeleider faciliteert het proces rond de door de cliënt geformuleerde intentie en werkt binnen de woorden van deze zin.

De IoPT therapie is geen cognitieve, gedragsmatige of puur somatische traumatherapie, maar een diep ervaringsgerichte methode die emotioneel én lichamelijk integreert. Het werkt met een zelfresonantie die de innerlijke identiteitsstructuur, de innerlijke realiteiten en dynamiek rond één intentiezin toont en niet het externe familiesysteem. Anders dan veel andere benaderingen maakt IoPT de pre-verbale en relationele trauma’s en overlevingsstrategieën bewust. Hierdoor kunnen we trauma’s op een andere manier benaderen. De inzichten en ervaringen werken fysiek, psychisch, emotioneel en relationeel transformerend en daarmee blijvend.

Wanneer die pre-verbale trauma’s oplossen komt er ruimte voor meer duurzame, wederkerige relaties. Want dat is de laag waarop duurzame verandering ontstaat.

In de begeleidingspraktijk werkt de begeleider tegelijkertijd met de verschillende lagen en splitsingen waardoor de cliënt sneller tot de werkelijke kern van diens problematiek komt. De begeleider herkent deze lagen in wat een cliënt zegt of toont, in wat iemand niet kan zeggen, en in hoe iemand uit contact gaat met zichzelf. Hij werkt naar wat iemand laat zien onder de woorden: in de non-verbale signalen, de momenten waarop iemand dissocieert of verdwaalt in een doolhof van gedachten. Daar wordt zichtbaar waar het ooit te groot was om te verwerken.

In elke sessie staat contact van de cliënt met zichzelf centraal: het vermogen om in contact te blijven met de eigen ervaring, zeker wanneer oude pijn naar boven komt. Dáár, in die ontmoeting met wat ooit te groot was, begint verwerking. IoPT helpt herkennen welke dynamiek zich toont en wat iemand nodig heeft om een gezond Ik te ontwikkelen; de basis van identiteit en eigen regie. Het betekent dat de begeleider “mens naast de mens” is; hij heeft een open houding, een niet-weten over de inhoud binnen een strikt vorm- en theoriekader om de cliënt ruimte te geven zelf te ontdekken.

De begeleider bewaakt het kader en de veiligheid, maar bepaalt niet wat het onderwerp moet zijn en zeker niet wat ‘goed’ of ‘fout’ is. De begeleider signaleert, faciliteert in het duiden van de dynamieken en begeleidt als traumagevoelens opkomen. Niet door te sturen of te interpreteren, maar door te zien hoe die intentie verbonden is met het verleden en met de overlevingsstrategieën die daaruit zijn ontstaan waarbij het ontwikkelingskader houvast biedt. Juist omdat hij met pre-verbaal ontwikkelings- en hechtingstrauma werkt, vertrouwt de begeleider op wat zich stap voor stap in het moment via resonantie toont in plaats van het proces vooraf in te vullen.

We kunnen stellen dat de IoPT-intentiemethode fenomenologisch is.

IoPT geeft een perspectief waarin de mens achter het gedrag zichtbaar wordt; een manier van kijken die verder reikt dan gedrag, emotie of overtuigingen. Waarin de begeleider begeleidt van mens tot mens, helder en aanwezig, zodat een cliënt zichzelf kan ontmoeten en vaak al vanaf het eerste contactmoment een betekenisvolle stap kan zetten richting meer eigen regie. De gebeleider ziet hoe identiteit, symbiose en autonomie zich hebben gevormd in de pre-verbale en relationele lagen waar trauma begint; precies de plekken waar andere benaderingen vaak ophouden.